990. Suzanne

 ‘I know you wanna be
 Anyone else but me.
 Maar dat zal moeilijk gaan, hé’.
 Suzanne zucht diep.
  
 Een kus gericht op haar voorhoofd 
 valt vol op de lippen.
 Ze opent haar mond 
 en laat ook haar tong draaien.
  
 Plots stopt ze haar hartstochtelijke kus. 
 ‘Ik moet echt vertrekken’.
 Ze werpt een laatste blik over de schouder.
 ‘Je bent een lekker wijf, wist je dat?’
  
 Suzanne slaat de deur achter zich toe 
 en begint vol goede moed aan haar week.
 Onderweg kruist ze glimlachend haar kuisvrouw
 die zich steeds afvraagt vanwaar ze komen, 
 die vreemde plekken op de spiegel in de gang. 

Random zinnetjes 2020

*** Franstaligen weten altijd raad. En zoniet, doen ze wel alsof en dat is bijna even goed. Wist je dat er geen Frans woord bestaat voor ‘piekeren’?
*** Ik zou willen kunnen vliegen… over een regenboog… zó hoog.
*** Vandaag is dag 4 zonder. Ik ril, voel me kwetsbaar, snak naar geborgenheid. Maar ik blijf sterk. Ik geef niet toe aan het verlangen. Op naar dag 5.
*** Dag 5. Vandaag zette ik mijn muts weer op. Fuck it.
*** ‘Op de keper beschouwd zijt gij gewoon niet zo nen toffe’.
*** ‘t Is da. Ge kunt ook niet fietsen als ge niet kunt fietsen hè’.
*** ‘Wij organiseren een auto-ongeval. Kom je mee?’
*** 22 graden. ‘Ja, het is wel frisjes vandaag’.
*** I’m taking you home tonight. Wanna make sure that you are white. (Bijna Paul McCartney)
*** Darling I will be loving you ‘til we’re seventeen  (Bijna Ed Sheeran)

970. Toplied

Steve en Keith kijken neer op het muziekblad.
‘Dit is top’, zegt Keith.
– ‘Inderdaad, hebben we goed gedaan’, zegt Steve. ‘Al zeg ik het zelf.’
‘En vooral: het is zeer dansbaar!’
Steve trekt plots een bedenkelijke kop.
‘Wat is er, Steve?’
– ‘Wacht even, Keith’

Steve neemt een pen en zet een sterretje voor de laatste 2 korte zinnen, een ander sterretje voegt hij toe helemaal onderaan het blad waar hij enthousiast verder kribbelt. Eens uitgeschreven zet hij met een overdreven gebaar het dopje weer op de pen. ‘Zie je het, Keith? En dan volgt de fade-out.’ Met een diepe frons op zijn voorhoofd herleest Keith de toevoegingen van Steve een aantal keer opnieuw.

La lalalala lalalala lalalalalalalalala
La lalalala lalalala lalalalalalalalala
La lalalala lalalala lalalalalalalalala

Keiths mond valt open. ‘Maar Steve! Steve, Steve, Steve! Dit is geniaal!’ roept Keith uit. ‘Daar moeten we op klinken;’ Hij klopt Steve waarderend op de rug en stapt dan mompelend richting minifrigo op zoek naar een fles champagne. ‘Man, man, man, dit wordt echt een toplied‘.

966. Elise

Elise kijkt naar een eend

Elise, mijn 4-jarig nichtje, zit op mijn schoot, enthousiast vertellend over vanalles en nog wat terwijl we een rolstoelritje maken door de straten van Brussel. ‘Goed zo’, zegt ze als ik rond een grote plas water rijd.
‘Weet je, bij een plas moet je goed opletten als het koud is. Dat je niet uitglijdt. Want dan kan je bloeden. Of je been breken. En als je niet op tijd naar het ziekenhuis gaat, moet je in een rolstoel’.
Ze kijkt even achterom om te zien of ik nog luister. ‘Of dan ben je dood. Dat kan ook’, zegt ze schouderophalend.

940. De oude dame

Langs de kant van het zwembad zie ik een oudere dame het moeilijk krijgen in het water. Ze is tot in het midden van haar baantje geraakt maar blijft nu nog met moeite ter plaatse trappelen. Met haar laatste krachten hapt ze naar adem. Rond haar speelt een groepje kinderen luidruchtig tikkertje. De redder leest rustig de krant. Ze kijkt me recht aan als ze ondergaat, haar laatste kreet gesmoord in chloorwater.

‘Sorry, ik kan écht niets doen’, mompel ik binnensmonds terwijl ik richting kleedkamers rol.

944. De oude dame en de zee

Een oude dame zit op een rotsblok in de warme zon. Triest plonst ze haar voeten in het zeewater. Plots staat ze recht en stapt ze gedecideerd de zee in. Haar voeten gaan onder, haar knieën, haar middel. Ze draait zich om en ziet me kijken vanop het strand. Ze lacht en zwaait, het plezier straalt van haar gezicht af.

Ze draait zich weer om en begint rustig te zwemmen, steeds verder en verder. Maar stilaan krijgt ze het moeilijk. De gips aan haar linkerarm zuigt water en trekt haar onder water. Ze blijft met moeite ter plaatse trappelen en met haar laatste krachten hapt ze naar adem. Als ze ondergaat, kijkt ze me recht aan, haar kreten gesmoord in zeewater.

‘Sorry, ik kan écht niets doen’, mompel ik binnensmonds.
***
Een vrouw in een hoog uitgesneden rood badpak loopt op me af. Haar volle borsten deinen op en neer en haar blonde haar golft in de wind. ‘Is daar nu een dame aan het verdrinken?’, vraagt ze als ze bij me toekomt. ‘Ja’, zeg ik en voor ik het weet neemt ze me in haar armen en heft ze me uit mijn rolstoel. ‘Jij gaat haar redden’, zegt ze. ‘Ik geloof in jou. Met de juiste hulp kan je alles’. Samen zwemmen we snel naar de oude dame toe en nog net op tijd red ik haar van verdrinking.
***
De oude dame was me achteraf enorm dankbaar en gaf me een mooie plaats in haar testament. Met gemengde gevoelens ontving ik een paar maanden later haar doodsbericht. Ze had het zwemmen niet willen opgeven.
***
Vaak denk ik nog terug aan de oude dame. Meestal vlak voor het slapen en dan word ik triest. Mijn vrouw probeert me steeds te troosten. Dan wrijft ze door mijn haar en fluistert ze lieve woordjes in mijn oor. Soms doet ze ook haar rode badpak nog eens aan. Dat helpt wel.