Rolstoelgebruiker leest weer boeken

In Brussel heeft Xander Berbé, een 28-jarige rolstoelgebruiker, voor het eerst dit jaar weer een boek gelezen. Het gaat om de roman ‘Norwegian Wood’ van de Japanse schrijver Haruki Murakami. Hij heeft er naar verluidt 2 dagen over gedaan.

‘Ja, ik ben zeer tevreden. De laatste tijd las ik niet zo veel meer. Spijtig, want vroeger las ik heel graag. Misschien lees ik vanaf nu weer meer’, reageert Xander.

De wachtlijst

Vandaag staan 20.000 mensen met een beperking op de wachtlijst voor een budget. Het is soms moeilijk zo gehandicapt zijn maar ik heb het geluk zelf te kiezen wie me helpt, waar ik woon en waar ik werk.

Ondertussen zitten duizenden kinderen en volwassenen in de miserie. Ze hebben recht op ondersteuning, zegt ook de overheid maar ze zeggen er ook snel bij dat er geen geld voor is. Velen moeten daarom 4, 7 of 16 jaar wachten op een leven in onze samenleving.

Logisch dat je gefrustreerd geraakt en het station beklad. Ze kunnen er niet mee lachen, die gehandicapten. En terecht.

Zolderkamerpoëet

Driftig zat hij te dichten op de zolderkamer. Hij had het geroep wel gehoord beneden aan de trap maar kon nu even niet stoppen. Hij voelde zich net zo verdomd poëtisch. Het was geen sonnet dat hij tevoorschijn had getypt op zijn laptopscherm, wel iets vernieuwend, fris, frivool. De dwingende sonnetstructuur zou zijn dichterlijkheid ook te veel beklemmen, bedacht hij net toen de deur openzwiepte. Hij had haar de trap niet horen opkomen.

Een walm sigarettenrook kwam haar tegemoet. Zonder aarzelen liep ze naar binnen, schoof de velux open. De overvolle assenbak leegde ze in de prullenmand. De halflege fles rode wijn en het lege glas ruimde ze van zijn bureau terwijl ze een blik wierp op het laptopscherm. 

Jij bent als een bloem
Ploem ploem

‘Mooi, schat.’ Ze gaf hem een kus op de wang. ‘Kom je nu eten?’

Of ben ik er toch klaar voor?

De wereldpolitiek ‘Iran vergeten we!’, IS, Bart De Pauw ‘de viezerik’, gemeenteraadsverkiezingen. ‘Het wordt alleszins niet meer sp.a in Gent’, weet hij. Een beugel, rekkers, kinchirurgie, kaakchirurgie, zou hij dat nu echt doen? Het is toch wel ingrijpend en een hoge kost. Maar zijn kop zou er echt beter uitzien. ‘Of is dat belachelijk, als dertigjarige?’ Hij bekijkt me van opzij, oei, hij verwacht een reactie. ‘Als je dat echt wil, moet je ervoor gaan’, zeg ik tegen mijn chauffeur.

‘Alé, succes nog!’, zegt hij als ik wegrijd richting sollicitatiegesprek.

‘Ja, godverdomme, ja!’

Er was eens een kortverhaal. Slechts weinigen hebben het gelezen. Het werd dan ook maar één keer gedrukt, in de brochure van Wheelchairity. Maar zij die het lazen, die feestelijke dag in mei, stonden versteld.

Zo was er de familie Geyskens. Meneer Geyskens had zijn pint en leeg pak friet even aan de kant geschoven en wierp nietsvermoedend een blik op de brochure van het festival. Zijn vrouw die tegenover hem zat, was goedkeurend hun kinderen in ’t oog aan het houden toen ze plots opschrikte door de kreet van haar man. ‘Ja, godverdomme, ja!’ Hij sloeg met een vuist op tafel. ‘De inclusie van personen met een beperking in onze samenleving kan een flinke boost gebruiken!’ Hij keek om zich heen en ging verder. ‘Heb jij er al eens bij stil gestaan hoe de gebrekkige toegankelijkheid hun maatschappelijke participatie bemoeilijkt? Keer op keer worden ze weer geconfronteerd met fysieke maar ook met sociale drempels. Wat gaan we daaraan doen, hé, schat?’

Mevrouw Geyskens had haar man vertederd aangekeken. Ze stond recht. ‘Ik ga nog iets halen om te drinken. En begint gij dan al eens met samen te feesten’. Ze wees naar de festivaltent waar een divers publiek bijeengepakt stond. Jonge mensen, oude mensen, mensen met een fysieke beperking, een mentale of beide, blanke mensen, gekleurde mensen, dikke, dunne, kleine, grote mensen allemaal dansend op de tonen van De Mens. Meneer Geyskens stond zelf ook recht, dronk zijn pint in één teug leeg en begaf zich naar de festivaltent. ‘Awelja, samen feesten godverdomme’, mompelde hij nog.

De bokaal

Een leraar stapt een rumoerige klas binnen, plaatst een lege, glazen bokaal midden op zijn bureau. Hij verheft zijn stem ‘Goeiemorgen!’ en giet de bokaal vol pingpongballen.
‘Nu, is deze bokaal vol?’ De leerlingen lijken het maar een domme vraag te vinden. Natuurlijk is de bokaal vol.
De leraar haalt een zak kiezels boven en leegt die in de bokaal. ‘En nu, is de bokaal nu vol?’ Het rumoer verstomt. De leraar glimlacht. Hij heeft de aandacht van zijn leerlingen. Maar nu is de bokaal echt wel vol.
De leraar haalt een zak zand boven en begint te gieten in de bokaal. De leerlingen grinniken. Hij had ons goed beet, die leraar. Nu is de bokaal pas vol!
De leraar haalt een blikje bier boven, opent het en neemt een slok. ‘Goed, nu wil ik dat je je deze bokaal voorstelt als je leven’. Vol verwachting kijken de leerlingen hem aan. Nu moet er wel een belangrijke levensles volgen.
De leraar leegt het blikje bier boven de bokaal die overloopt. Hij ritst zijn broek open, haalt zijn lul boven en begint te pissen. In een boogje mikt hij van naast het bureau naar de bokaal.
Een minuutje later stopt de leraar, uitgeplast, zijn lul weer in zijn broek. ‘Goed, ik heb mijn punt wel gemaakt, denk ik.’ Hij wijst naar een leerling op de eerste rij. ‘Kevin, kuis eens op.’